Paapjes en andere vreemde namen

Kort geleden heb ik, samen met mijn fotomaatje Michel, een dag in enkele fotohutten van Glenn Vermeersch doorgebracht. Een internationaal avontuur….de hutten staan net over de grens met België. Als je de hele dag in zo’n hut zit, heb je naast het ‘klikken’ volop de tijd om na te denken. Over van alles en nog wat, er is genoeg gaande in de wereld om je gedachten bezig te houden: Oekraïne, Ebola, IS, het opwarmen van de aarde, het smelten van de ijskappen, de massale slachting van trekvogels in de gebieden rond de middellandse zee, de aanstaande miljoenennota, sinterklaasliedjes, de slechte seizoensstart van Ajax en ga zo maar door. Stuk voor stuk onderwerpen waar je niet vrolijk van wordt en als je niet oplet kom je gedeprimeerd en zonder foto’s thuis.

Gelukkig zorgen de vogels voor de nodige afleiding, maar ook zij geven stof tot nadenken. Waaraan hebben zij bijvoorbeeld hun Nederlandse naam te danken? In veel gevallen ligt het voor de hand. Een knobbelzwaan heeft een duidelijke knobbel op z’n neus, een zwarte kraai is tamelijk zwart, een roodborstje spreekt ook voor zich en een grote gele kwikstaart is groter dan een gele kwikstaart. Logische namen, blijkbaar zijn uiterlijke kenmerken voor de hand liggende redenen om een vogel aan zijn naam te helpen. Ook de lokatie waar je de vogels doorgaans treft zijn eenvoudige naamgevers: een huismus bijvoorbeeld tref je veelal om het huis aan, een meerkoet houdt zich op in meren en de boerenzwaluw tref je in en om de boerderij. Een kind kan de was doen.

Maar niet alle namen liggen even voor de hand. Daar waar de namen zijn gebaseerd op gedrag gaat het mijn inziens wel eens mis. Een van de soorten die dag in de fotohut was het boomkruipertje. Het boomkruipertje is een leuk klein bruingevlekt vogeltje dat altijd van beneden naar boven tegen de boomstam opklimt. Volgens mij had hij dan ook boomklimmertje moeten heten, zijn ontdekkers hebben vast niet op goed opgelet. Het boomkruipertje is in het veld niet te verwarren met het boomklevertje, die zowel van beneden naar boven als van boven naar beneden langs de stam beweegt. Bovendien is het klevertje bont uitgedost…een mooie blauwe rug en stemmig oranje buikje. Overigens is het boomklevertje doorgaans erg beweeglijk, van kleven is duidelijk geen sprake. Nog zo’n naam die de lading niet echt dekt naar mijn mening. Als hij zijn naam wat meer eer aan zou doen, zou hij ook wat eenvoudiger te fotograferen zijn; klevertjes leveren doorgaans een hoop ‘prullenbakkenwerk’ op.

Soms is de naam van een vogel in mijn ogen ronduit vreemd gekozen. Neem nu het paapje dat momenteel veelvuldig wordt gezien…waar komt die naam nu vandaan. Het paapje is een prachtig klein, zachtgekleurd, bruingestreept vogeltje met grote donkere ogen, amper twaalf centimeter groot: de onschuld zelve. De wetenschappelijke, Latijnse, naam van het paapje betekent roodachtige bewoner van rotsen. Waarom dan die vreemde Nederlandse naam? Volgens Wiki is de term paap een deels in onbruik geraakt mild scheldwoord voor een katholiek persoon. Het woord was van oorsprong een scheldwoord voor de paus en andere katholieke geestelijken. Een duiding die mij geenszins spontaan doet denken aan een klein en vooral onschuldig vogeltje.

Zo bezien is de naam paapje dus uitermate vreemd gekozen voor deze kleine vliegenvangerachtige. Of is het omdat het paapje in 2004 als bedreigd op de Nederlandse rode lijst is gezet en refereert de naam daarmee aan het teruglopend aantal bezoekers van de katholieke kerk? Hoe dan ook, ik ben benieuwd wie het boomkruipertje, het boomklevertje en vooral het paapje aan hun naam heeft geholpen en vooral waarom.

Tot de volgend blog!

Paapje / Whinchat / Saxicola rubetra

Paapje / Whinchat / Saxicola rubetra, bewoner van open gebieden met kruidenrijke vegetatie en schaarse struiken

Nature Stock Photos
See my portfolio on Nature In Stock!

One thought on “Paapjes en andere vreemde namen

  1. Leuke blog en mooie observaties. De officiële vogel namen lijken inderdaad niet altijd helemaal goed gekozen en de herkomst is soms moeilijk te bepalen. Dat is ook met het paapje het geval. Er wordt wel beweerd dat de kleur van het verenkleed doet denken aan de bruine habijt van een kloosterling (paap). Er zijn echter ook volksnamen die meer ingaan op de eigenschappen van het vogeltje. Enkele die mij wel aanspreken zijn: Grauw Paalveugelke, Grauw Paalzitterke, (omdat ze vaak op paaltjes zitten) en Stompstaartje (in verband met de staartvorm).
    Jouw opmerking over de boomkruiper die eigenlijk een klimmer is, is etymologisch terug te vinden in een oude Friese naam: het Baemklimmerke. Veel volksnamen vinden hun oorsprong in die klimwijze van de vogel. Aansprekende namen zijn: Boomklautertje, Boomleuperke, Kleddermenneke, Boompikkertje en Klampvogeltje. Maar Grijs Houtspechtje is misschien wel het meest passend.
    Dan nog de boomklever die inderdaad wel heel beweeglijk is. Ook bij dit vogeltje is de klimwijze veelal de oorsprong van de volksnamen: Plakmees en Kleverkes. Daarnaast heeft de spechtachtige gedrag geïnspireerd tot mooie namen: Spechtmees, Kladderspecht en Boomhakker. De beweeglijkheid, waar fotografen het zo moeilijk mee hebben, komt wellicht het best tot uiting in de prachtige volksnaam Sparrewar.
    Misschien moeten wij de officiële namen gewoon minder serieus gaan nemen en onze eigen vogelwereld creëren.

    Menno

Laat een bericht achter / Please leave a Reply