Ik zie, ik zie….

Wie kent het niet, dat spelletje ‘ik zie, ik zie wat jij niet ziet’ waarmee menig ouder zijn kind(eren) bezig houdt als hij of zij even ‘niets leuks’ in de aanbieding heeft. Het kost niets en menig kind vindt het nog spannend ook.

De herinnering aan het spelletje ‘ik zie, ik zie wat jij niet ziet’ komt bij mij ook altijd naar boven als ik, met rood doorlopen oogjes starend door mijn verrekijker naar stipjes aan de horizon, tussen de mannen met telescopen in sta. Die mannen kijken kilometers ver weg en roepen dan om beurten wat ze zien. Meestal zijn dat – voor een vogelaar – adembenemende soorten, vogels die je echt graag wil zien. Ik kijk dan stiekem even opzij om aan de hand van hun telescoop voor mij de kijkrichting te bepalen en richt mijn verrekijker op het grote onbekende. Niets…door mijn verrekijker zie ik niets op die afstand.

Soms ontwaar ik wat stipjes en kan ik aannemen dat het die fantastische waarneming betreft, maar daar gaat het voor mij mis. Ik ben namelijk niet alleen vogelaar maar ook fotograaf. Het klinkt een beetje hetzelfde maar het is toch iets anders. Als vogelaar wil je graag zoveel mogelijk, liefst zeldzame soorten zien. Deze worden nauwkeurig bijgehouden op lijstjes en vergeleken met de lijstjes van andere vogelaars. Eigenlijk een ordinair spelletje ‘wie heeft de langste’ (lijst in dit geval). Ook ik maak mij hier schuldig aan, ik heb dit jaar inmiddels ruim 200 soorten aangevinkt (loop daarmee dik voor op mijn filosofische vogelvriend! 🙂 ) en hoop er nog de nodige aan toe te voegen. Mijn vogelaarshart klopt op volle toeren, zal ik maar zeggen.

Steppevorkstaartplevier 20140928

Steppevorkstaartplevier, een zeldzaamheid in Nederland

Maar mijn fotografenhart kent een ander impuls. Als fotograaf neem je ook waar, maar dan spelen andere dingen een rol. Een vogel op grote afstand wordt een mooi donker silhouet tegen een blauwe achtergrond, maar een fotograaf wil graag iets herkenbaars op de foto, een beetje detail is waar je het voor doet. Ook de setting en de achtergrond spelen een belangrijke rol. De kleuren, de vormen, de – soms subtiele – verschillen tussen de soorten, dat wil je graag vereeuwigen maar dan op zo’n manier dat je ‘publiek’ vol bewondering ‘aahs en oohs’ en andere superlatieven over je heen stort. Het zal de gemiddelde fotobewonderaar een biet zijn welke vogel hij ziet, als het maar een ‘lekker plaatje’ is om naar te kijken, het moet natuurbeleving oproepen. Een ragscherpe foto van een (veel voorkomende) paarse strandloper op enkele meters zal doorgaans meer beleving oproepen dan een (zeer zeldzame) steppevorkstaartplevier op enkele honderden meters afstand.

Paarse strandloper, veelvuldig te zien in o.a. IJmuiden

Paarse strandloper, veelvuldig te zien in o.a. IJmuiden

Nu heb ik – zoals de meesten van ons – slechts een hart en dus worstel ik met de vraag hoe ik enige synchroniciteit in het kloppen kan bewerkstelligen. Wat doet mijn bloed het snelst stromen? Waar ligt mijn grootste passie?

Ik denk dat uiteindelijk de kracht van de details voor mij de doorslag geven, maar dan graag de details van een zeldzaamheid…..

Greetzzz